Data Loading...

EXC390207NE Flipbook PDF

EXC390207NE


146 Views
92 Downloads
FLIP PDF 344.06KB

DOWNLOAD FLIP

REPORT DMCA

EXC39-02: REKENEN EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES CONTENT Studietaak 1:

 De datumfuncties TODAY en NOW ...................................................................... 1

Studietaak 2:

 Datums en tijden - algemeen ............................................................................... 3

Studietaak 3:

 De functies YEAR, MONTH, DAY, WEEKDAY en DATE .......................................... 6

Studietaak 4:

 De functies HOUR, MINUTE, SECOND en TIME.................................................... 9

Studietaak 5:

 Conversiefuncties ............................................................................................... 12

Oefening 1:

 Tijden omzetten naar decimalen ....................................................................... 15

Oefening 2:

 Werken met tijden (optioneel) .......................................................................... 16

Oefening 3:

 In de vorm van meerkeuzevragen (optioneel)................................................... 17

GiVi Group ©

2/07/19

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

STUDIETAAK 1:  DE DATUMFUNCTIES TODAY EN NOW 1. LEERDOEL Op het einde van deze studietaak kunt u werken met de systeemfuncties TODAY en NOW. 2. OPGAVE In deze studietaak gebruikt u de volgende datum- en tijdfunctie: •

TODAY (VANDAAG)



NOW (NU)

3. STAPPENPLAN  Open het bestand CALC_DateTime, werkblad Dates. In de volgende stappen gebruikt u de datum van vandaag, gebruik makend van de systeemdatum.  Plaats de celaanwijzer in cel B1.  Klik op de knop Insert Function

in de formulebalk.

 Klik in de lijst Or select a category op de categorie DATE & TIME.  Klik in de lijst Select a function op de functie TODAY.  Onderaan in het dialoogvenster wordt in het vet de syntax van de functie weergegeven en daaronder een woordje tekst over het doel van deze functie.  Klik op [OK]. Er moet geen argument ingevuld worden.  Klik op [OK].  De functie =TODAY() geeft als resultaat de dag van vandaag. Dit is de huidige systeemdatum. Bij het openen van het bestand worden de cellen waarin de systeemdatum is gebruikt, aangepast.

In de volgende stappen gebruikt u de functie NOW.  Plaats de celaanwijzer in cel B2.  Klik op de knop Insert Function

.

 Klik in de lijst Or select a category op de categorie DATE & TIME.  Klik in de lijst Select a function op de functie NOW.  Klik op [OK]. Er moet geen argument ingevuld worden.  Klik op [OK].

GiVi Group ©

-1-

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

 Dubbelklik indien nodig tussen de kolomhoofdingen B en C om kolom B passend te maken.  De functie =NOW() geeft als resultaat de systeemdatum en tijd. Excel werkt de datum en de tijd alleen bij wanneer het werkblad wordt geopend of herrekend.  Wacht enige ogenblikken.  Druk op de functietoets 〈F9〉. Dit is de functietoets CALC NOW.  De tijd wordt aangepast. In plaats van de knop te gebruiken, mogen deze functies ook ingetypt worden. Vergeet dan de RONDE HAAKJES niet.

 Sla het bestand op onder dezelfde naam. 4. RESULTAAT Er bestaan functies die geen argumenten nodig hebben. Zij worden uit het systeem gehaald. Functie

Beschrijving

=TODAY()

Geeft als resultaat de datum van vandaag.

=NOW()

Geeft als resultaat de huidige datum en tijd.

GiVi Group ©

-2-

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

STUDIETAAK 2:  DATUMS EN TIJDEN - ALGEMEEN 1. LEERDOEL Op het einde van deze studietaak begrijpt u de werkwijze die Excel hanteert bij het noteren van datums en tijden als seriële getallen. Deze omzetting geeft u de mogelijkheid om te rekenen met datums en tijden. 2. OPGAVE In deze studietaak typt u datums en tijden. U gaat na of er seriële getallen achter de datums en tijden steken. U rekent met datums en tijden. 3. STAPPENPLAN  Open het bestand CALC_DateTime, werkblad Dates. In de volgende stap typt u een datum in.  Typ in cel B4 de datum “25/01/1900” en in cel B5 de datum “10-02-1900”.  Door het intypen van het scheidingsteken “ / “ of een “ – “ herkent Excel deze invoer als een datum.

In de volgende stappen bekijkt u het serieel getal dat achter de datum zit.  Een ingevoerde datum in Excel komt overeen met het aantal dagen tussen 01/01/1900 en de door u gespecifieerde datum.  Selecteer de cellen B4 en B5.  Klik in de tab HOME, in de groep EDITING, op de knop Clear Formats.

en selecteer de optie Clear

Ook via het dialoogvenster Format Cells - tabblad Number – categorie General wist u de actieve getalopmaak.

GiVi Group ©

-3-

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

 De datumopmaak van de cellen is verdwenen. In cel B4 verschijnt het getal 25 (de 25ste dag sinds 1/01/1900). In cel B5 verschijnt het getal 41 (=31 dagen in januari + 10 dagen in februari).  Plaats via het dialoogvenster Format Cells - tabblad Number – categorie Date de datum terug in het formaat “dd/mm/jjjj” of “dd/mm/yyyy”. In de volgende stappen rekent u met datums.  In cel B1 staat de systeemdatum, in de formulebalk staat de functie = TODAY().  Typ in cel B7 uw geboortedatum.  Maak in cel B9 het verschil van deze datums.  Dit resultaat komt overeen met het aantal dagen dat u reeds op de wereld bent.  Plaats de celaanwijzer in B10 staan en deel het getal van cel B9 door 365,25.  U bekomt uw leeftijd in jaren uitgedrukt. In de volgende stap typt u een tijd in.  Activeer het werkblad Times.  Typ in cel B1 de tijd “11:15” en typ in cel B2 de tijd “11:15:20”.  Door het intypen van het scheidingsteken “ : “ herkent Excel deze invoer als een tijd.

In de volgende stappen bekijkt u het serieel getal dat achter de tijd zit.  Een ingevoerde tijd in Excel wordt vastgelegd als een decimale breuk die een deel van 24 uur aangeeft.  Selecteer de cellen B1 en B2.  Klik in de tab HOME, in de groep EDITING, op de knop Clear Formats.

en selecteer de optie Clear

Ook via het dialoogvenster Format Cells - tabblad Number – categorie General kan de actieve getalopmaak gewist worden.  De tijdopmaak van de cellen is verdwenen. In cel B1 verschijnt het getal 0.46875 nl. =(11*60+15)/(24*60), alles omgezet naar minuten. In cel B2 verschijnt het getal 0.468981 nl. =(11*60*60+15*60+20)/(24*60*60), alles omgezet naar seconden.  Plaats via het dialoogvenster Format Cells - tabblad Number – categorie Time of categorie Custom de tijd terug in het formaat “uu:mm” en “uu:mm:ss” of “hh:mm” en “hh:mm:ss”.

GiVi Group ©

-4-

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

In de volgende stappen rekent u met tijden.  Typ in cel B4 het tijdstip van nu (via + : ).  Typ in cel B5 het tijdstip 09:00 of 13:15 waarop de les is begonnen.  Maak in cel B7 het verschil van deze twee tijden.  Dit resultaat komt overeen met het aantal uren en minuten dat u reeds in de klas bent.  Sla het bestand op onder dezelfde naam. 4. RESULTAAT Door de omzetting van datums en tijden naar seriële getallen is het mogelijk om met datums en tijden te rekenen.

GiVi Group ©

-5-

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

STUDIETAAK 3:  DE FUNCTIES YEAR, MONTH, DAY, WEEKDAY EN DATE 1. LEERDOEL Op het einde van deze studietaak kunt u datums manipuleren en ontleden. 2. OPGAVE In deze studietaak gebruikt u de volgende datumfuncties: •

YEAR (JAAR), MONTH (MAAND), DAY (DAG) en WEEKDAY (WEEKDAG).



DATE (DATUM)

3. STAPPENPLAN  Open het bestand CALC_DateTime, werkblad Dates.  In cel B1 staat de systeemdatum en in de formulebalk staat de functie = TODAY(). In de volgende stappen gebruikt u de functie YEAR. Deze functie geeft als resultaat het jaartal van een datum.  Plaats de celaanwijzer in cel B12.  Klik op de knop Insert Function

.

 Klik in de lijst Or select a category op de categorie DATE & TIME.  Klik in de lijst Select a function op de functie YEAR.  Onderaan in het dialoogvenster wordt in het vet de syntax van de functie weergegeven en daaronder een woordje tekst over het doel van deze functie.  Klik op [OK].  De cursor staat te knipperen in het tekstvak om het argument Serial_number in te vullen.  Selecteer cel B1 in dit tekstvak.  Klik op [OK].  De functie =YEAR(B1) geeft als resultaat het jaartal van de dag van vandaag.  Gebruik op dezelfde wijze in cel B13 de functie MONTH en in cel B14 de functie DAY.  De besproken functies halen uit een ingevoerde datum de afzonderlijke stukken jaar, maand en dag.

GiVi Group ©

-6-

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

In de volgende stappen gebruikt u de functie WEEKDAY. Deze functie haalt uit een datum de dag van de week als getal.  Plaats de celaanwijzer in cel B15.  Klik op de knop Insert Function

.

 Klik in de lijst Or select a category op de categorie DATE & TIME.  Klik in de lijst Select a function op de functie WEEKDAY.  Klik op [OK].  De cursor staat te knipperen in het eerste tekstvak om het argument Serial_number in te vullen.  Selecteer cel B1 in dit tekstvak.  Druk op 〈TAB〉 of klik in het volgende tekstvak.  De cursor staat te knipperen in het tweede tekstvak om het argument Return_type in te vullen.  Typ het cijfer “2”, om de week te laten beginnen op een maandag. Indien niets wordt ingevuld, begint de week op een zondag.  Klik op [OK].  De functie =WEEKDAY(B1;2) geeft als resultaat een getal. Aangezien maandag = 1, kunt u verder tellen.

In de volgende stappen gebruikt u de functie DATE. Deze functie stelt opnieuw een datum samen, als de argumenten jaar, maand en dag afzonderlijk zijn gegeven. In dit geval telt u bij de datum 2 maanden en 15 dagen bij.  Plaats de celaanwijzer in cel B17.  Klik op de knop Insert Function

.

 Klik in de lijst Or select a category op de categorie DATE & TIME.  Klik in de lijst Select a function op de functie DATE.  Onderaan in het dialoogvenster wordt in het vet de syntax van de functie weergegeven en daaronder een woordje tekst over het doel van deze functie.  Klik op [OK].  De cursor staat te knipperen in het eerste tekstvak om het argument Year in te vullen.  Selecteer cel B12 in dit tekstvak.  Druk op 〈TAB〉 of klik in het volgende tekstvak.  De cursor staat te knipperen in het tweede tekstvak om het argument Month in te vullen.  Selecteer cel B13 in dit tekstvak en typ “+2” erachter om er 2 maanden bij te tellen.

GiVi Group ©

-7-

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

 Druk op 〈TAB〉 of klik in het volgende tekstvak.  De cursor staat te knipperen in het derde tekstvak om het argument Day in te vullen.  Selecteer cel B14 in dit tekstvak en typ “+15” erachter om er 15 dagen bij te tellen.  Klik op [OK].  De functie =DATE(B12;B13+2;B14+15) geeft als resultaat de datum + 2 maanden en 15 dagen, samengesteld uit de verschillende onderdelen.

 Sla het bestand op onder dezelfde naam. 4. RESULTAAT Functie

Beschrijving

=YEAR()

Haalt uit een opgegeven datum het jaartal.

=MONTH()

Haalt uit een opgegeven datum de maand als getal (1-12).

=DAY()

Haalt uit een opgegeven datum de dag als getal (1-31).

=WEEKDAY()

Converteert een datum naar een dag in de week.

=DATE()

GiVi Group ©

tweede argument = 1 ( niet invullen)

zondag = eerste dag van de week

tweede argument = 2

maandag = eerste dag van de week

Stelt opnieuw een datum op met jaar, maand en dag als gegeven argumenten.

-8-

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

STUDIETAAK 4:  DE FUNCTIES HOUR, MINUTE, SECOND EN TIME 1. LEERDOEL Op het einde van deze studietaak kunt u tijden manipuleren en ontleden. 2. OPGAVE In deze studietaak gebruikt u de volgende tijdfuncties: •

HOUR (UUR), MINUTE (MINUUT) en SECOND (SECONDE)



TIME (TIJD)

3. STAPPENPLAN  Open het bestand CALC_DateTime, werkblad Times.  Voer in cel B10 de systeemdatum en tijd in via een functie.  In de formulebalk staat de functie = NOW().  In welk formaat staat de datum en tijdnotatie? ..................................................................................  Zorg dat de opmaak dd/mm/jjjj u:mm:ss (of dd/mm/yyyy h:mm:ss) gebruikt wordt. In de volgende stappen gebruikt u de functie HOUR. Deze functie geeft als resultaat het uur van een tijd.  Plaats de celaanwijzer in cel B12.  Klik op de knop Insert Function

.

 Klik in de lijst Or select a category op de categorie DATE & TIME.  Klik in de lijst Select a function op de functie HOUR.  Onderaan in het dialoogvenster wordt in het vet de syntax van de functie weergegeven en daaronder een woordje tekst over het doel van deze functie.  Klik op [OK].  De cursor staat te knipperen in het tekstvak om het argument Serial_number in te vullen.  Selecteer cel B10 in dit tekstvak.  Klik op [OK].  De functie =HOUR(B10) geeft als resultaat het uur van de dag van vandaag.  Gebruik op dezelfde wijze in cel B13 de functie MINUTE en in cel B14 de functie SECOND.

GiVi Group ©

-9-

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

 De besproken functies halen uit een ingevoerde tijd de afzonderlijke stukken uur, minuut en seconde.

In de volgende stappen gebruikt u de functie TIME. Deze functie stelt opnieuw een tijd samen, als de argumenten uur, minuut en seconde afzonderlijk zijn gegeven.  Plaats de celaanwijzer in cel B16.  Klik op de knop Insert Function

.

 Klik in de lijst Or select a category op de categorie DATE & TIME.  Klik in de lijst Select a function op de functie TIME.  Onderaan in het dialoogvenster wordt in het vet de syntax van de functie weergegeven en daaronder een woordje tekst over het doel van deze functie.  Klik op [OK].  De cursor staat te knipperen in het eerste tekstvak om het argument Hour in te vullen.  Selecteer cel B12 in dit tekstvak.  Druk op 〈TAB〉 of klik in het volgende tekstvak.  De cursor staat te knipperen in het tweede tekstvak om het argument Minute in te vullen.  Selecteer cel B13 in dit tekstvak.  Druk op 〈TAB〉 of klik in het volgende tekstvak.  De cursor staat te knipperen in het derde tekstvak om het argument Second in te vullen.  Selecteer cel B14 in dit tekstvak.  Klik op [OK].  De functie =TIME(B12;B13;B14) geeft als resultaat het tijdstip, samengesteld uit de verschillende onderdelen.  Zorg dat de opmaak u:mm:ss (of h:mm:ss) gebruikt wordt.

GiVi Group ©

- 10 -

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

 Sla het bestand op onder dezelfde naam. 4. RESULTAAT Functie

Beschrijving

=HOUR()

Haalt uit een opgegeven tijd het uur.

=MINUTE()

Haalt uit een opgegeven tijd de minuten.

=SECOND()

Haalt uit een opgegeven tijd de seconden.

=TIME()

Stelt opnieuw een tijd op met uur, minuten en seconden als gegeven argumenten.

GiVi Group ©

- 11 -

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

STUDIETAAK 5:  CONVERSIEFUNCTIES 1. LEERDOEL Op het einde van deze studietaak kunt u een datumtekst naar een Excel-datum converteren en een tijdtekst naar een Excel-tijd. 2. OPGAVE In deze studietaak gebruikt u de volgende conversiefuncties: •

DATEVALUE (DATUMWAARDE) en TIMEVALUE (TIJDWAARDE)

3. STAPPENPLAN  Open het bestand CALC_DateTime, werkblad Dates.  Datums staan rechts omdat Excel een datum als een getal aanziet.

 Typ in cel B20 de datum 15/02/2017 als tekst, dit wil zeggen voorafgegaan door een enkel aanhalingsteken.  In de formulebalk staat ‘15/02/2017. In de cel staat de datum nu links aangezien er volgens Excel een tekst is ingevoerd. In de volgende stappen gebruikt u de functie DATEVALUE. Deze functie converteert de tekstdatum naar een Excel-datum, zodat er mee gerekend, gesorteerd en gefilterd kan worden.  Plaats de celaanwijzer in cel B21.  Klik op de knop Insert Function

.

 Klik in de lijst Or select a category op de categorie DATE & TIME.  Klik in de lijst Select a function op de functie DATEVALUE.  Onderaan in het dialoogvenster wordt in het vet de syntax van de functie weergegeven en daaronder een woordje tekst over het doel van deze functie.  Klik op [OK].  De cursor staat te knipperen in het tekstvak om het argument Date_text in te vullen.  Selecteer cel B20 in dit tekstvak.  Klik op [OK].  Zorg dat de opmaak dd/mm/jjjj (of dd/mm/yyyy) gebruikt wordt.  De functie =DATEVALUE(B20) geeft als resultaat een datum, die opnieuw rechts in de cel staat.

GiVi Group ©

- 12 -

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

In de volgende stappen herhaalt u de werkwijze maar met een tijd.  Activeer het werkblad Times.  Tijden staan rechts omdat Excel een tijd als een getal aanziet.

 Typ in cel B20 de tijd 11:15 als tekst, dit wil zeggen voorafgegaan door een aanhalingsteken.  In de formulebalk staat ’11:15. In de cel staat de tijd nu links aangezien er volgens Excel een tekst is ingevoerd. In de volgende stappen gebruikt u de functie TIMEVALUE. Deze functie converteert de teksttijd naar een Excel-tijd, zodat er mee gerekend kan worden.  Plaats de celaanwijzer in cel B21.  Klik op de knop Insert Function

.

 Klik in de lijst Or select a category op de categorie DATE & TIME.  Klik in de lijst Select a function op de functie TIMEVALUE.  Onderaan in het dialoogvenster wordt in het vet de syntax van de functie weergegeven en daaronder een woordje tekst over het doel van deze functie.  Klik op [OK].  De cursor staat te knipperen in het tekstvak om het argument Time_text in te vullen.  Selecteer cel B20 in dit tekstvak.  Klik op [OK].  Zorg dat de opmaak uu:mm (of hh:mm) gebruikt wordt.  De functie =TIMEVALUE(B20) geeft als resultaat een tijd, die opnieuw rechts in de cel staat.

 Sla het bestand op onder dezelfde naam.

GiVi Group ©

- 13 -

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

4. RESULTAAT Functie

Beschrijving

DATEVALUE

Converteert een datum in de vorm van tekst naar een serieel getal dat kan opgemaakt worden via dd/mm/jjjj (of dd/mm/yyyy).

TIMEVALUE

Converteert de tijd in de vorm van tekst naar een serieel getal dat kan opgemaakt worden via uu:mm:ss (of hh:mm:ss).

GiVi Group ©

- 14 -

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

OEFENING 1:

 TIJDEN OMZETTEN NAAR DECIMALEN



Open het bestand CALC_DateTime, werkblad ExTimes.



Bereken in kolom C, D en E het uur, de minuten en de seconden, vertrekkend van de gegeven tijden in kolom A.



Bereken in kolom G de seconden van kolom E naar decimalen en rond het getal af.



Bereken in kolom H de minuten met de seconden in decimale notatie.



Sla het bestand op onder dezelfde naam.

GiVi Group ©

- 15 -

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

OEFENING 2:

 WERKEN MET TIJDEN (OPTIONEEL)



Open het bestand CALC_DateTime, werkblad WorkingHours.



Bereken in kolom D het aantal gewerkte uren.



Bereken in kolom F met behulp van de functie IF het aantal uren zonder middagpauze.



Bereken onderaan in kolom F het totaal aantal uren dat die week gepresteerd is. Is het totaal, berekend door Excel, meer dan 24h? ...................................................................



Wijzig de opmaak van de tijd door manueel vierkante haken te plaatsen rond de tijdsnotatie Handmatige tijdsopmaak:

[u]:mm (of [h]:mm)

 Is het totaal, berekend door Excel, nu meer dan 24h? ................................................................. 



Sla het bestand op onder dezelfde naam en sluit het bestand.

GiVi Group ©

- 16 -

EXC390207NE.DOCX

EXC39-02.07: DATUM- EN TIJDFUNCTIES

OEFENING 3:

 IN DE VORM VAN MEERKEUZEVRAGEN (OPTIONEEL)

 1. Welke bewering is JUIST? A

Een datum staat links uitgelijnd, zoals tekst.

B

De puntkomma wordt bezien als scheidingsteken van uren;minuten;seconden

C

U kunt de layout van datums niet wijzigen.

D

U kunt berekeningen maken met datums.

 Uw antwoord? ............................................................................................................................... 2. Wat is het resultaat van de functie =TODAY() of =VANDAAG() A

Dit geeft de dag van week.

B

Dit geeft de datum van vandaag en huidige tijd.

C

Dit geeft de datum van vandaag.

D

Dit geeft de datum van vandaag én de dag van de week.

 Uw antwoord? ...............................................................................................................................  3. Welke functie gebruik je om het huidige uur te tonen? A

NOW (NU) + opmaak naar tijd

B

TIMEVALUE (TIJDWAARDE)

C

TIME (TIJD)

D

HOUR (UUR)

 Uw antwoord? ............................................................................................................................... Resultaat van de meerkeuzevragen Vraag

Antwoord

Vraag 1

Antwoord D

Vraag 2

Antwoord C

Vraag 3

Antwoord A

GiVi Group ©

- 17 -

EXC390207NE.DOCX

OVERZICHT DATUM- EN TIJDFUNCTIES

OVERZICHT DATUM- EN TIJDFUNCTIES  Overzicht van enkele veel gebruikte datumfuncties In Excel worden datums opgeslagen als seriële getallen, zodat er berekeningen op kunnen worden uitgevoerd. Als u in uw werkmap het datumsysteem 1900 gebruikt, wordt 1 januari 1900 opgeslagen als nummer 1. Zo wordt 1 januari 1998 opgeslagen als de seriële waarde 35796, omdat het 35.795 dagen na 1 januari 1900 valt. Als u het datumsysteem 1904 gebruikt, is 1 januari 1904 nummer 0 (2 januari 1904 is nummer 1). Het gebruikte datumsysteem kan gecontroleerd worden via de tab FILE, onderaan links OPTIONS - tabblad Advanced in het gedeelte When Calculating This Workbook. DATE

Geeft als resultaat het seriële getal voor een bepaalde datum.

Syntaxis

DATE(jaar;maand;dag) met

jaar

Dit argument kan één tot en met vier cijfers bevatten.

maand

Dit argument is een getal dat de maand van het jaar aangeeft. Als maand groter is dan 12, wordt dat aantal maanden opgeteld bij de eerste maand in het opgegeven jaar. DATE(1998;14;2) resulteert bijvoorbeeld in het seriële getal voor 2 februari 1999.

dag

Dit argument is een getal dat de dag van de maand aangeeft. Als dag groter is dan het aantal dagen in de opgegeven maand, wordt dat aantal dagen opgeteld bij de eerste dag van de maand. DATE(1998;1;35) resulteert bijvoorbeeld in het seriële getal voor 4 februari 1998.

Opmerking

De functie DATE is bijzonder handig in formules waarbij jaar, maand en dag formules zijn en geen constanten.

Voorbeeld

DATE(1998;1;1) geeft 35796, het seriële getal voor 1 januari 1998.

YEAR

Geeft het jaar van een datum als resultaat. Het jaar wordt als resultaat gegeven als een geheel getal tussen 1900 en 9999.

Syntaxis

YEAR(serieel_getal)

serieel_getal

Dit argument is de datum van het jaar dat u zoekt. Datums kunnen opgegeven worden als tekenreeksen tussen aanhalingstekens(bijvoorbeeld "30-1-1998" of "1998-01-30"), als seriële getallen (bijvoorbeeld 35825, wat staat voor 30 januari 1998.

Voorbeelden

YEAR("5-7-1998") resulteert in 1998 YEAR("2005-05-01") resulteert in 2005 YEAR(0,007) resulteert in 1900 YEAR(35981,007) resulteert in 1998

GiVi Group ©

- 18 -

EXC390207NE.DOCX

OVERZICHT DATUM- EN TIJDFUNCTIES

MONTH

Geeft als resultaat de maand van een datum. De maand wordt weergegeven als een geheel getal van 1 (januari) tot 12 (december).

Syntaxis

MONTH(serieel_getal)

serieel_getal

Dit argument is de datum waarvan u de maand zoekt. Datums kunnen opgegeven worden als tekenreeksen tussen aanhalingstekens(bijvoorbeeld "30-1-1998" of "1998-01-30"), als seriële getallen (bijvoorbeeld 35825, wat staat voor 30 januari 1998), of als het resultaat van een andere formule of functie.

Voorbeelden

MONTH("6-mei") resulteert in 5 MONTH(35795) resulteert in 12 MONTH(35796) resulteert in 1 MONTH("2004-04-01") resulteert in 4

DAY

Geeft de dag als resultaat van een datum. De dag wordt weergegeven als een geheel getal van 1 tot 31.

Syntaxis

DAY(serieel_getal)

serieel-getal

Dit argument is de datum van de dag die u zoekt. Datums kunnen opgegeven worden als tekenreeksen tussen aanhalingstekens(bijvoorbeeld "30-1-1998" of "1998-01-30"), als seriële getallen (bijvoorbeeld 35825, wat staat voor 30 januari 1998 als u het datumsysteem 1900 gebruikt), of als het resultaat van een andere formule of functie.

Voorbeelden

DAY("4-jan") resulteert in 4 DAY("15-apr-1998") resulteert in 15 DAY("11-8-1998") resulteert in 11 DAY("2001-12-10") resulteert in 10

WEEKDAY

Geeft als resultaat de dag van de week voor een datum. De dag is een geheel getal van 1 (zondag) tot en met 7 (zaterdag).

Syntaxis

WEEKDAY(serieel-getal;type_getal)

serieel-getal

Dit argument is de datum van de dag die u wilt weergeven. U kunt datums opgeven als tekst tussen aanhalingstekens (bijvoorbeeld "30-1-1998" of "1998-01-30"), als seriële getallen (bijvoorbeeld 35825, het seriële getal voor 30 januari 1998 als u het datumsysteem 1900 gebruikt) of als resultaten van andere formules of functies.

type_getal

Dit argument is een getal waarmee het type resultaat wordt bepaald.

GiVi Group ©

vb. type_getal

Resultaat

1 of leeg

Een getal van 1 (zondag) tot en met 7 (zaterdag).

- 19 -

EXC390207NE.DOCX

OVERZICHT DATUM- EN TIJDFUNCTIES

Opmerking

2

Een getal van 1 (maandag) tot en met 7 (zondag).

3

Een getal van 0 (maandag) tot en met 6 (zondag).

U kunt ook de functie TEXT gebruiken om een waarde te converteren naar tekst met een opgegeven getalnotatie: Voorbeeld

Voorbeelden

TEXT("16-4-1998"; "dddd") resulteert in donderdag

WEEKDAY("14-2-1998") resulteert in 7 (zaterdag) WEEKDAY("14-2-1998";2) resulteert in 6 (zaterdag) WEEKDAY("2003-02-23";3) resulteert in 6 (zondag)

NOW

Converteert de huidige datum en tijd naar een serieel getal.

Syntaxis

NOW( )

Aanvullende informatie

De cijfers rechts van de decimale komma geven de tijd weer, de cijfers links daarvan de datum. Zo staat in het datumsysteem 1900 het seriële getal 367,5 voor de datum-/tijdcombinatie 1 januari 1901, 0:00. De functie NOW wordt alleen uitgevoerd wanneer het werkblad wordt berekend of wanneer een macro wordt gestart waarin de functie is opgenomen. Het resultaat van de functie wordt dus niet voortdurend bijgewerkt.

Voorbeelden

Als u het datumsysteem 1900 gebruikt, terwijl de interne klok van uw computer is ingesteld op 12:30:00, 1-jan-1987, geldt het volgende: NOW() resulteert in 31778,52083 Tien minuten later: NOW() resulteert in 31778,52778

TODAY

Converteert de huidige datum naar een serieel getal. Het seriële getal is een getal waarmee een dag of tijd wordt aangegeven binnen het datumsysteem dat Microsoft Excel gebruikt voor datum- en tijdberekeningen.

Syntaxis

TODAY( )

 Overzicht van systeemdatum/tijd snel in te voeren als vaste waarde Toetsencombinatie

Resultaat

+ ;

Datum van vandaag (NIET de functie!)

+ :

Huidige uur (NIET de functie!)

GiVi Group ©

- 20 -

EXC390207NE.DOCX